Wolken

Een wolk is een bijzonder fenomeen. Ik heb het nu niet over hoe ze tot stand komen. Want ondanks dat dat fascinerend is, vind ik ze vooral bijzonder vanwege hun uiterlijk. Hun bedrieglijke uiterlijk wel te verstaan.

Wolken zien er zacht en wollig uit. Als je er boven vliegt, wat ik nu doe, dan zie je onder je een prachtige witte vlakte. Wollige pluimpjes steken hier en daar boven de witte watten uit. Je hebt de neiging om het vliegtuig uit te stappen en je te laten vallen zodat je valt in al die donzige zachtheid. Dat als je valt je wordt opgevangen, de donsdeken met je meebeweegt en je zelfs weer een klein stukje omhoog gooit om je daarna als je neerkomt zacht te omarmen. Heerlijk relaxed, warm en volkomen vrij.

De realiteit is helaas dat op het moment dat je denkt heerlijk op te worden gevangen door die donsdeken, je er keihard doorheen flikkert en in een vijf minuten lange val terecht komt waarbij je de grond steeds dichter op je af ziet komen en je uiteindelijk een doodsmak maakt. Misschien dat je bij contact met de aarde nog even een stukje omhoog veert maar ik betwijfel het.

Dus ik blijf maar rustig in mijn stoel zitten. Zijn mijn medepassagiers vast ook blijer mee.

Stress snuiven

Het is voor mij bijna een traditie om de dag voor kerst naar de supermarkt te gaan om heerlijk de kerststress van mensen op te snuiven. Maar dit jaar heb ik dat gemist. Niet omdat ik was vergeten om naar de supermarkt te gaan, nee het kwam omdat er geen stress was. Bij de supermarkt waren er genoeg winkelwagentjes, iedereen liep rustig rond zijn boodschappen te doen en er stond geen rij bij de kassa. Teleurgesteld ben ik toen naar huis gelopen.

Maar! Vandaag heb ik de verloren kerststress ruimschoots ingehaald! En niet in de supermarkt maar op Schiphol. Daar waar mensen of een heerlijk vooruitzicht van een vakantie hebben of juist net terugkomen van een uitgeruste vakantie, heerst een stressniveau van heb ik jou daar.

Het begon meteen bij de vertrekhal. Ik had een afspraak met een valet parking dienst. Maar ik was te vroeg en moest even wachten. Daar zat ik dan in mijn auto. Lekker warm, muziekje aan. En toen begon het genieten!

De eerste keer dat ik flink wat stress kon opsnuiven was bij een man die hard kwam aanrijden en zijn auto voor mij parkeerde. Daarbij trapte hij zo hard op de rem dat als hij koffie in de houder had staan deze nu aan de binnenkant van zijn ruit zat. Hij stapte uit en smeet zijn deur dicht. In zijn hand had hij een telefoon waar hij hard in stond te schreeuwen. Misschien begreep hij het principe van een telefoon niet helemaal want ik denk dat degene met wie hij belde hem ook zonder telefoon kon verstaan. Al schreeuwend in zijn telefoon liep hij minstens drie rondjes om zijn auto. Deed ondertussen twee keer zijn achterklep open en dicht en stapte weer in zijn auto. Hij zat net toen er twee vrouwen aan kwamen lopen en op het raampje tikten. De man stapte uit, zei niets tegen de vrouwen, smeet letterlijk de koffers in de achterbak en reed weg. Gelukkig waren de vrouwen ondertussen wel ingestapt anders was hij zonder ze weggereden.

Een paar minuten later kon ik weer diep stress inhaleren want er kwam een rode Mercedes aanrijden. In plaats van aan de zijkant te gaan staan zette hij de auto half op de tussenrijbaan. Met moeite konden andere auto’s er langs. De mensen die hij op kwam halen, stonden al te wachten. Vier mensen; drie volwassenen en een baby. Drie megakoffers en een kinderwagen. Iedereen stapte in de auto behalve de bestuurder. Hij probeerde de drie koffers in de achterbak te stoppen. Nou is mijn ruimtelijk inzicht niet fantastisch, maar zelfs ik zag dat dit niet ging passen. Na drie pogingen zag je hem moedeloos naar de koffers kijken. De vrouw die was ingestapt gooide haar deur open en stapte uit. Ze kregen een woordenwisseling. Maar in plaats van dat ze ging helpen, bleef ze de man aanwijzingen geven in de deuropening. Er kon hierdoor geen auto meer langs. De man schudde zijn hoofd. De vrouw ook. Ze keek hem aan alsof hij de domste persoon op aarde was. Maar geloof me, alleen een auto uit Harry Potter had die drie koffers in de achterbak kunnen krijgen. Uiteindelijk ging de kinderwagen van de achterbank af en werd in de achterbak gegooid met een koffer. Onder luid protest verdwenen de andere twee koffers op de schoot van de mensen op de achterbank. De baby zat veilig voorin in een maxi cosy. De man stapte in en reed weg waardoor eindelijk de inmiddels ontstane file achter hem oploste.

Er wordt op mijn raam geklopt. Het is de chauffeur van de Valet Parking. Met tegenzin stap ik uit. Niet omdat ik geen zin heb om te gaan vliegen, maar omdat ik hier nog uuuuuren had kunnen doorbrengen.

Volgende keer ben ik gewoon een uur te vroeg. Ga ik lekker Schipholstress opsnuiven.

Heb je geen last van joh!

Het zal je vast niet ontgaan zijn dat er in het basisonderwijs onrust heerst. Onrust omdat de leerkrachten eindelijk wat van zich laten horen. Eindelijk publiekelijk uitspreken wat er al jaren in de koffiekamer wordt besproken: de werkdruk is te hoog en we willen verandering. En daarom is er gestaakt in oktober. Er werd door de politiek een aantal toezeggingen gedaan die slechts een doekje voor het bloeden waren. Met als gevolg dat er straks in december waarschijnlijk weer gestaakt gaat worden.

Maar over het hoe en waarom van het staken wil ik het in deze blog niet hebben. Ik wil het hebben over onze nieuwe minister van onderwijs: Arie Slob. Ik was tot voor kort van mening dat we na Sander Dekker geen slechtere minister konden krijgen; de koning van de kort door de bocht uitspraken en ondoordachte beslissingen. Maar met zijn laatste opmerking doet de heer Slob toch een greep naar de troon.

Hij zegt namelijk dat de basisscholen geen last gaan krijgen van de bezuiniging van 61 miljoen die de politiek uit wil gaan voeren. Geen last? Hoe dan? We hebben de afgelopen maanden juist duidelijk gemaakt dat er geld bij moet bij het onderwijs. Voor salarisverhoging maar vooral om de werkdruk te verlagen. Erbij dus meneer Slob. Want het water staat de basisschoolleerkrachten aan de lippen. We verzuipen in de administratie die we van bovenaf moeten bijhouden. We verzuipen in de vele gesprekken die we moeten voeren vanwege de invoering van het passend onderwijs. We verzuipen in de klassen die steeds voller worden. We verzuipen in de vele instanties die de laatste jaren in het leven zijn geroepen. Dus hoe wilt u beweren dat we er geen last van gaan hebben als er 61 miljoen wordt bezuinigd?

Misschien is het maar goed dat u in de politiek bent gegaan. Want stel voor dat u treinmachinist was geweest: “Goedemorgen beste reizigers, we naderen station Amsterdam. Er zijn enkele bezuinigingen doorgevoerd waardoor er zometeen drie meter rails ontbreekt. Maar maakt u zich geen zorgen, daar hebben we geen last van.”

Of als u piloot zou zijn geworden: “Beste dames en heren, hier spreekt uw gezagvoerder vanuit de cockpit. We hebben zojuist toestemming gekregen om op te stijgen. Mocht u zich afvragen waar de deur is gebleven, deze is wegbezuinigd. Maar maakt u zich geen zorgen, daar hebben we straks geen last van.”

Ook zou ik heel graag bij de bank werken waar u uw salaris laat storten: “Goedendag meneer Slob, komt het even uit dat ik u stoor? …… Niet? Oké, dan zal ik het kort houden. Vanwege bezuinigingen zijn we genoodzaakt om 10% van uw salaris op mijn rekening te storten. …… Ja meneer Slob, dat hoorde u inderdaad goed; 10 %. ……. Ja, op mijn rekening inderdaad. ….. Hoe bedoelt u daar ben ik het niet mee eens? ……. Dat snap ik meneer Slob. Maar u hoeft zich helemaal geen zorgen te maken. U heeft er totaal geen last van. We regelen alles voor u. Fijne dag nog meneer Slob.”

Nou ga ik even uit van uw goede bedoelingen en hoop ik dat u verkeerd bent geciteerd. Dat kan. Of dat u het anders heeft bedoeld en dat u verkeerd bent begrepen. Snap ik. Maar heel misschien heeft u het precies zo gezegd en bedoeld als het in de krant stond. Dan denk ik ook te weten wat er aan de hand is. Dan is er een dokter geweest die het volgende gesprek met u heeft gehad: “Beste meneer Slob. Dus u heeft de laatste tijd veel hoofdpijnklachten. Ontzettend vervelend. Nou hebben we net een nieuw team van artsen samengesteld en die hebben een innovatieve manier van hoofdpijn bestrijding. Maakt u zich geen zorgen. U bent in goede handen. Want het is helemaal niet erg dat een deel van uw hersens wordt verwijderd. Echt, daar heeft u totaal geen last van.”

Dubbel

Een all inclusieve vakantie kan de hemel op aarde zijn voor kinderen. Tenminste als de ouders van kinderen ze een beetje hun gang laten gaan. Want je kan tijdens het ontbijt eten wat je wilt.
Op dit moment zit ik in het restaurant tussen twee gezinnen in. Beide Nederlandse gezinnen. Beide gezinnen hebben twee kinderen, een jongen en een meisje. Rond de drie en vijf jaar oud. Beide ouders die hun kinderen hun gang laten gaan. En toch is er een groot verschil.

Links van mij zit een gezin waarbij de ouders hun kinderen zelf laten lopen naar het buffet. Waarna de kinderen met een enorme grijns terugkomen. Het meisje heeft op haar bord een pannenkoek met een halve liter stroop eroverheen. De jongen een pannenkoek met een grote bol ijs erop. Ouders lachen en kijken hoe de kinderen alles naar binnen werken. Ondertussen eten ze zelf ook en zijn ze gezellig met elkaar aan het kletsen. Over wat ze vandaag gaan doen. Een heel vredig tafereeltje dat ik bekijk terwijl ik mijn koffie opdrink.

Dan het gezin rechts van mij. Het meisje is de jongste en zit in een kinderstoel. Het jongetje is wat ouder en zit tegenover haar. Voor de kinderen staat een bord overladen met eten. Zelfs ik zou dat met moeite weg krijgen, laat staan een kind van een jaar of vijf. Zodra al het eten op tafel staat, gehaald door de moeder, duiken beide ouders in hun telefoon weg. Terwijl ze de laatste nieuwtjes checken op hun telefoon, schrokken ze hun ontbijt gedachteloos naar binnen. En de kinderen? Die laten ze hun gang gaan. Het jongetje eet een klein gedeelte van zijn bord op en kijkt dan met verveeld gezicht rond. Hij probeert de aandacht van zijn vader te krijgen door hem continue in zijn arm te prikken. Een prik of twintig later is vader het zat en zegt er wat van. Het jongetje kijkt beteuterd voor zich uit. Ondertussen wil het meisje ook aandacht. En dat probeert ze eerst door de steeds Heeee te schreeuwen. Iedereen om haar heen kijkt op behalve degene waarvan ze de aandacht wil. Omdat het Heeee haar begint te vervelen en niet het gewenste effect heeft, begint ze met haar mes op haar bord te slaan. Dit vindt zelfs moeder irritant genoeg om zich los te scheuren van haar telefoon. Ze kijkt het meisje aan en zegt dat ze op moeten houden om vervolgens het mes af te pakken en weer in haar telefoon te duiken. Het meisje gaat daarna weer over in haar Heee fase. Ondertussen heeft het jongetje door dat een mes een ontzettend leuk voorwerp is waarmee je de aandacht van je moeder kan krijgen. Hij stapt van zijn stoel en loopt naar zijn zusje. Hij inspecteert haar kinderstoel en begint dan het mes te gebruiken als een schroevendraaier. Ouders zeggen niets. Een aantal keer schiet het jongetje gevaarlijk uit met het mes omdat het van het hout afglijdt dat hij probeert te schroeven. Het meisje is er stil van en kijkt naar wat haar broertje doet. Dan steekt hij het mes tussen de rugleuning en de armsteun in en zet kracht. Het mes buigt een klein stukje mee en dan verliest de jongen zijn grip op het mes. Dit vliegt vervolgens omhoog en komt met luid gekletter neer op de grond. Zowel het jongetje als het meisje staan met open mond te kijken naar het mes. Beide zijn stil. Een van de serveersters pakt het mes op en legt het heel verstandig weg. Ouders geven geen kick. Ik besluit om weg te gaan. Voordat ik mijn mond open trek. Of voordat er een bloedbad wordt aangericht en ik moet helpen omdat ik mijn ehbo diploma heb. 

Wat is het toch dubbel, want beide ouders laten hun kinderen vrij. Maar het verschil in vrij en onverschillig is behoorlijk groot.

Oh en voordat jullie denken dat dit wel een erg sterk verhaal is, een foto van het gezin vlak voordat het mes een vlucht door het restaurant maakte.

Animatieteam

Er is hier een animatieteam zoals eigenlijk alle all inclusieve hotels hebben. Ik heb enorm veel waardering voor wat zij doen. Elke dag weer iets nieuws verzinnen om de mensen te vermaken. Overdag verzorgen ze beachvolleybal en boogschieten. Hossen ze erop los in het zwembad en spelen waterpolo. In de avond lopen ze verkleed rond bij de restaurants om zoveel mogelijk mensen te wijzen op hun voorstelling in de avond. Als ik eerlijk ben zie ik mezelf wel in zo’n animatieteam zitten. Of het nou speciaal voor kinderen is of juist voor volwassenen. Ik denk dat ik de grootste lol heb.

Maar wat ik niet snap, niet van mezelf en niet van andere mensen, is dat sommige volwassenen helemaal op gaan in zo’n animatie team. Ben je een kind dan vind ik het prachtig, maar als volwassene…. Ik bedoel dan niet de mensen die meedoen met volleybal of waterpolo, of die op het podium worden gevraagd in de avondvoorstelling. Ik heb het over de mensen die in de bloedhitte mee gaan staan dansen bij het zwembad. Waarbij het animatieteam de meest absurde bewegingen bedenkt. En dat die mensen dat dan ook gewoon nadoen. In bikini. Of in zwembroek. Waarbij alles beweegt, echt alles…. Ik zou dat dus niet doen. Sterker nog, ik doe het niet. Ik heb zelfs plaatsvervangende schaamte. Of misschien is het jaloezie. Omdat ik dat dus gewoon niet durf. Dat niet durven komt waarschijnlijk ook omdat ik om twee uur smiddags twee koffie en een liter water achter mijn kiezen heb. En de mensen die mee staan te hossen, waarbij – ik benadruk het nog maar even- echt alles beweegt, hebben minstens vijf pina coladas achterover geslagen. Ik denk dat dat wel helpt. Maar ik ga het niet testen 😏

Onbewoond eiland

Een paar jaar geleden schreef ik een blog over een onbewoond eiland. Dat ik daar zo graag een keer nou toe zou willen om aan de hektiek van het alledaagse leven te ontsnappen. In deze blog kende ik mezelf goed genoeg om te weten dat ik het daar waarschijnlijk nog geen dag uithoud. Niet vanwege het verbluffend mooie uitzicht of de heerlijke rust om je heen. Nee vanwege het feit dat het onbewoond is. En onbewoond klinkt heerlijk maar het houdt ook in dat je alles zelf moet doen. Eten zoeken zou al het eerste opstaken zijn. Van kokosnoten zal je vast wel kunnen leven maar hoe krijg je die dingen open? Zelfs bij expeditie robinson hebben ze daar een kapmes voor nodig. En koffie. Er is vast geen koffie. Hoe overleef ik dat onbewoonde eiland zonder koffie? En geen electriciteitsnet, dat is ook wel een probleem. Want na een dag is mijn telefoon echt wel leeg met de hoeveelheid foto’s die ik maak. En dan het boekenprobleem….die ereader werkt niet op zonne-energie . 

En toch. Toch waan ik mij op dit moment een beetje op het onbewoonde eiland van mijn eerdere blog. Het onbewoonde kan je weglaten. Maar het uitzicht is net zo mooi als ik het mij had voorgesteld. De rust is net zo fijn als op dat verzonnen onbewoonde eiland en de hangmat heeft plaats gemaakt voor een ligbed. Grote voordeel: ik hoef hier niet zelf eten te maken, alles wordt voor mij geregeld. En als ik heerlijk in mijn bed lig, val ik in slaap door de golven die ik op de achtergrond hoor en het zacht zoemen van de ventilator boven mijn hoofd terwijl mijn telefoon aan het opladen is op het nachtkastje. En morgenochtend? Dan zet ik eerst een heerlijke bak koffie om rustig wakker te worden. Ja, dat onbewoonde eiland is precies zoals ik mij voorstelde.

Creepy whistle

Vandaag deed ik boodschappen bij de Vomar. Niets bijzonders. Ik liep in het gangpad op zoek naar koffie. En toen gebeurde het. Iemand liep te fluiten. Gezellig zou je denken. Maar zo’n soort fluiten was het niet. Er liep iemand te fluiten in de Vomar. And it freaked me out!

Ik keek om me heen maar ik was de enige in het gangpad. Ik stond inmiddels voor de koffie. Het fluiten stopte. Ik gooide de koffie in mijn mandje en liep verder. Ik was bijna bij het einde van het gangpad toen het gefluit weer begon. Ik kreeg er gewoon de kriebels van. Het was een zacht soort fluiten. Een melodie die zo uit een horrorfilm kon komen. 

Ik liep verder richting de koelvakken. Het gefluit leek mij te achtervolgen. Ik was bijna bij het einde van het gangpad. Ik moest de hoek om naar het volgende gangpad. Maar op een of andere manier vond ik dat spannend. Alsof er om de hoek plotseling de clown van It tevoorschijn zou springen. Of dat, terwijl ik een doosje koekjes pakte, mijn hand vast zou worden gegrepen door de vrouw uit The Ring. 

En toch liep ik door. Ik bleef in het begin van het gangpad staan. Want daar stond de fluiter. Nog steeds te fluiten. Onheilspellend te fluiten. Ik slikte en liep het gangpad in. Ik kwam steeds dichter in de buurt van de fluiter. Op het moment dat ik ongeveer een meter van hem af stond, keek hij plots op….en glimlachte. En zei hallo. Ik glimlachte vertwijfeld terug en zei hallo. En toen liep ik snel verder. Rollend met mijn ogen. Gewoon een vrolijke vent die floot. En terwijl ik verder liep hoorde ik hem achter me opnieuw beginnen met fluiten. En ondanks dat hij net heel vrolijk keek en gedag zei kreeg ik gewoon weer de kriebels. Tijd om naar de kassa te gaan en te maken dat ik hier weg kom.

Het NHL virus

Ik vraag mij wat af. Waarom hebben veel mensen last van het NHL virus, nutteloos hardop lezen virus? Wat is het nut van deze neiging om spontaan dingen hardop voor te lezen? Is het om te laten zien dat ze goed kunnen lezen? Of om te laten merken dat ze opletten? Of willen ze door middel van het hardop lezen laten weten dat we hetzelfde zien? Een soort saamhorigheidsgevoel. Ik weet het niet. 

Dat hardop lezen gebeurt vaak op momenten dat ik denk: waarom? En waarom nu? Bijvoorbeeld als je in de auto zit en iemand ziet een tankstation: “Shell.” Of als je door de stad loopt: “Hema.” Of als je bij de ijssalon staat: “Aardbeien, vanille, meloen, cookies, stracciatella.” (Die laatste levert overigens verassende uitspraken op, dat vind ik dan wel weer leuk) Of iemand die spontaan alle automerken opnoemt die langskomen. Of in een restaurant iemand aan je tafel hebben die de hele menukaart voorleest. Waarom? Wat moet ik met deze informatie? Vraag ik om deze woordenstroom?

Laatst in de bioscoop was het weer raak. Mevrouw naast mij leest alles hardop voor. Nou, dat is niet helemaal waar. Ze leest steeds het einde van de reclame voor: het merk of de slogan. En daarna kijkt ze om zich heen. Met een zelfvoldane blik in haar ogen. Wat zal er nu in haar hoofd omgaan? Denkt ze dat ze mij heeft geholpen? Geef ik onbewust signalen af dat ik doof en blind ben? Zo van: “Ach lieve schat, ik lees het wel op. Dan snap je tenminste wat er gebeurt.” (Als ik doof en blind ben, zit ik overigens wel op de verkeerde plaats in de bioscoop.) Of wil ze een gevoel van saamhorigheid creëren? “Kijk, wij zien en lezen hetzelfde.” Het enige wat ze op dat moment creëerde was ergernis bij mij. Gelukkig stopte ze met het voorlezen toen de film echt begon. Ik zeg echt begon want ze las nog wel even de acteurs voor tijdens de intro.

Oh. En als je mij ooit betrapt op NHL, meld het mij dan meteen. Ga ik mijn mond spoelen met zeep.